|
Verleden jaar (juni 2005) liepen mijn dochter en ik naar mijn tante, in Gouda. |
"De vader van
vader, Opa dus, was bruggenwachter op de zogenaamde Rooie brug. Het was
een ietwat chagrijnig man, niet kwaad bedoeld, maar zo kwam hij op mij
over. Ik kwam wel eens bij hem in het brugwachtershokje, waar hij stug
zat te roken. Er was altijd wel volk in dat hokje, want hij was een
sociaal mens die wel van een praatje hield. Het was een rechtlijnig
denker. Als hij zo’n bui had mocht je op de brug als deze open moest.
De bomen, een soort spoorbomen, werden handmatig gesloten en dan mocht
je op de brug die hij dan met een slinger open draaide. Die slinger
werd dan in een soort waterputje in het wegdek van de brug gestoken en
met de hand rondgedraaid. Ik moest dan in het midden van de brug gaan
staan, want ja, voor beide brugeinden was geen hek. Mijn taak was dan
met een klompje geld te hengelen van de voorbijvarende schipper. Als
kind ving je natuurlijk altijd wel wat. Het ###### van het publiek voor
de gesloten hekken was mijn Opa zeer vertrouwd."
|
Wij kochten bloemen (haar idee) bij het station en ik vroeg de bloemist of hij onze buurman van de jaren 40 / 50 gekend had. Ja. Hij had van de gebroeders Den Uyl (ook bloemisten) gehoord.
Op de plek waar de vader van mijn moeder vroeger bruggenwachter was, stopten we. Op de achtergrond 'De Producent'. Daar keken mijn schoolvriendje, Piet Perdijk, en ik vaak even naar AL dat kaas dat daar opgeslagen lag, als we weer eens van school naar zijn huis, in de Reigerstraat liepen.
(Neef Cor was iets ouder dan ik. Maar niet veel. Ik vermoed dat Opa Postma mij gewoon niet vertrouwde om met een klompje geld te hengelen.) |